BIJ RONDANE
O, terug te zien de bergen en de dalen,
die ik ook in mijn kinderjaren zag,
dezelfde wind weer langs ‘t verhitte hoofd strijkt;
en goudgloed ligt op sneeuw, als ‘t vroeger was.
Het is een kindertaal die mij hier toespreekt,
en die me ernstig stemt, terwijl ik lach.
Met jeugdherinnering valt alles samen;
Het overvalt me, neemt me haast de adem.
Ja, ‘t leven stroomt me toe, zoals het stroomde,
als ‘k zag hoe lentegroen aan sneeuw ontspringt.
Weer droom ik nu, zoals ik altijd droomde,
als ‘k zulke bergen zag in lucht zo blauw.
Weg zijn de dagelijkse strijd en zorgen,
als net als toen een laatste zonglimp blinkt.
Ik vind wel weer een huis dat mij zal beiden,
als zon mij naar de nacht, naar huis zal leiden.
Zingbare vertaling. Hier alleen de eerste twee (van de 4) strofen van het gedicht Ved Rundarne (Vinje’s spelling voor Rondane), zoals door Edvard Grieg op muziek gezet (Melodier til Digte af Vinje, op. 33, 1873-1880). Klik hier om het gehele lied te beluisteren uitgevoerd door Njål Sparbo, bas-bariton en Einar Steen-Nøkleberg, piano.
Het gedicht is vervuld van weemoed en een emotionerende (her)beleving van de schoonheid van een grootse natuur en van de jeugd, maar het is ook doordrongen van het besef van de eeuwige jaar- en levenscyclus en er kan zelfs berusting in de naderende dood in gelezen worden (zie beladen begrippen als "de nacht", "naar huis").
Het lied/gedicht wordt in Noorwegen wel beschouwd als hèt nationale "volksgedicht" en is er zo bekend, dat ik het zelfs Donald Duck eens in bad heb zien zingen (in de Noorse Donald Duck), terwijl hij opgewekt zijn rug borstelde…
> de complete tekst, met foto’s van het Rondane gebergte
> Vinje in Wikipedia (in het Engels)

gedenksteen voor aa.o. vinje in vinje (prov. telemark)
op de achtergrond de blokhut vinjestoga, gebouwd door vinje’s vader, een horige boer, waar vinje vanaf ong. 1824 opgroeide. foto willem ouwerkerk
VED RUNDARNE
No ser eg atter slike Fjøll og Dalar,
som deim eg i min fyrste Ungdom saag,
og sama Vind den heite Panna svalar;
og Gullet ligg paa Snjo, som fyrr det laag.
Det er eit Barnemaal, som til meg talar,
og gjer’ meg tankefull, men endaa fjaag.
Med Ungdomsminni er den Tala blandad:
Det strøymer paa meg, so eg knapt kan anda.
Ja, Livet strøymer paa meg, som det strøymde,
naar under Snjo eg saag det grøne Straa.
Eg drøymer no, som fyrr eg altid drøymde,
naar slike Fjøll eg saag i Lufti blaa.
Eg gløymer Dagsens Strid, som fyrr eg gløymde,
naar eg mot Kveld af Sol ei Glimt fekk sjaa.
Eg finner vel eit Hus, som vil meg hysa,
naar Soli heim mot Notti vil meg lysa.

een gedenksteen van recenter datum…
…opgericht door de vrienden van Vinje, en geplaatst nabij de uitspanning annex herberg Kongsvold, die Vinje beschrijft in zijn hoofdwerk Ferdaminni fraa Sumaren 1860 (Reisherinneringen uit de zomer van 1860), en wel in het hoofdstuk "Malene fraa Folldalen" (ongeveer verplichte lectuur op de Noorse scholen). Vinje beschrijft in het boek zijn voetreis vanChristiania (Oslo) naar Trondheim ter gelegenheid van de kroning van deZweedse koning Karl IV tot koning van Noorwegen. Malene, een bejaarde maar kwieke plattelandse, die het enthousiasme van de reizigers voor het mooie berglandschap totaal niet kan inzien, is hier ook afgebeeld. Ook de erepoort waardoor de koning (immers ook onderweg naar Trondheim) het erf opreed, is afgebeeld. Het gedicht Ved Rundarne komt al in een eerder hoofdstuk voor; op de plek waar Vinje toen ongeveer moet zijn geweest, staat ook een gedenksteen met de beroemde beginregel. Ferdaminni geldt in Noorwegen als een klassieker. Het geeft geen reisimpressies van een buitenstaander maar is meer een vergelijkende sociologische studie; het beschrijft op een uiterst levendige, vaak geestige manier het Noorwegen van toen, van binnenuit. Het doel van de reis lijkt maar een voorwendsel. (Foto Willem Ouwerkerk)