HENRIK IBSEN

WEG!

De laatste gasten hadden
we tot aan het hek gebracht;
de laatste afscheidsflarden
verwoeien in de nacht.

Tienvoudig desolaat lag
plots de tuin, het huis,
waar net nog lief’lijke muziek
mij in vervoering bracht.

Een feest was het maar,
voor ‘t zwarte nacht werd;
een gast was ze maar, –
en nu is ze weg.

Ibsen1863_112327_1_2
fotografisch portret van ibsen uit 1863 of ’64 door daniel georg nyblin, christiania (oslo)

 

BORTE!

De sidste gæster
vi fulgte til grinden;
farvellets rester
tog nattevinden.

I tifold øde
lå haven og huset,
hvor toner søde
mig nys berused.

Det var en fest kun,
før natten den sorte;
hun var en gæst kun, -
og nu er hun borte.


Geschreven in 1864, voor het eerst gepubliceerd in Digte, 1871

Borte! is op muziek gezet door Eyvind Alnæs (1872-1932); Edvard Grieg (1843-1907): op. 25 nr. 2 en Kjell Habbestad (*1955)

> een Engelse vertaling (Gone!) door John Northam, met opmerking over aanleiding
> nog een Engelse vertaling (Gone!) door Fydell Edmund Garrett, 1912
> weer een andere Engelse vertaling (She has left us) in: Henrik Ibsen as a poet door Ketil Jensehaugen
> meer over Ibsen als dichter
> over Ibsen algemeen (in het Nederlands; zeer beknopt)
> over Ibsen algemeen (in het Engels; uitvoerig)
 
10 June 2006
By on 21:36
AASMUND OLAVSSON VINJE

BIJ RONDANE

O, terug te zien de bergen en de dalen,
die ik ook in mijn kinderjaren zag,
dezelfde wind weer langs ‘t verhitte hoofd strijkt;
en goudgloed ligt op sneeuw, als ‘t vroeger was.
Het is een kindertaal die mij hier toespreekt,
en die me ernstig stemt, terwijl ik lach.
Met jeugdherinnering valt alles samen;
Het overvalt me, neemt me haast de adem.

Ja, ‘t leven stroomt me toe, zoals het stroomde,
als ‘k zag hoe lentegroen aan sneeuw ontspringt.
Weer droom ik nu, zoals ik altijd droomde,
als ‘k zulke bergen zag in lucht zo blauw.
Weg zijn de dagelijkse strijd en zorgen,
als net als toen een laatste zonglimp blinkt.
Ik vind wel weer een huis dat mij zal beiden,
als zon mij naar de nacht, naar huis zal leiden.

 

Zingbare vertaling. Hier alleen de eerste twee (van de 4) strofen van het gedicht Ved Rundarne (Vinje’s spelling voor Rondane), zoals door Edvard Grieg op muziek gezet (Melodier til Digte af Vinje, op. 33, 1873-1880). Klik hier om het gehele lied te beluisteren uitgevoerd door Njål Sparbo, bas-bariton en Einar Steen-Nøkleberg, piano.

Het gedicht is vervuld van weemoed en een emotionerende (her)beleving van de schoonheid van een grootse natuur en van de jeugd, maar het is ook doordrongen van het besef van de eeuwige jaar- en levenscyclus en er kan zelfs berusting in de naderende dood in gelezen worden (zie beladen begrippen als "de nacht", "naar huis").

Het lied/gedicht wordt in Noorwegen wel beschouwd als hèt nationale "volksgedicht" en is er zo bekend, dat ik het zelfs Donald Duck eens in bad heb zien zingen (in de Noorse Donald Duck), terwijl hij opgewekt zijn rug borstelde…

> de complete tekst, met foto’s van het Rondane gebergte
> Vinje in Wikipedia (in het Engels)


gedenksteen voor aa.o. vinje in vinje (prov. telemark)

op de achtergrond de blokhut vinjestoga, gebouwd door vinje’s vader, een horige boer, waar vinje vanaf ong. 1824 opgroeide. foto willem ouwerkerk

   

VED RUNDARNE

No ser eg atter slike Fjøll og Dalar,
som deim eg i min fyrste Ungdom saag,
og sama Vind den heite Panna svalar;
og Gullet ligg paa Snjo, som fyrr det laag.
Det er eit Barnemaal, som til meg talar,
og gjer’ meg tankefull, men endaa fjaag.
Med Ungdomsminni er den Tala blandad:
Det strøymer paa meg, so eg knapt kan anda.

Ja, Livet strøymer paa meg, som det strøymde,
naar under Snjo eg saag det grøne Straa.
Eg drøymer no, som fyrr eg altid drøymde,
naar slike Fjøll eg saag i Lufti blaa.
Eg gløymer Dagsens Strid, som fyrr eg gløymde,
naar eg mot Kveld af Sol ei Glimt fekk sjaa.
Eg finner vel eit Hus, som vil meg hysa,
naar Soli heim mot Notti vil meg lysa.

 

een gedenksteen van recenter datum…

…opgericht door de vrienden van Vinje, en geplaatst nabij de uitspanning annex herberg Kongsvold, die Vinje beschrijft in zijn hoofdwerk Ferdaminni fraa Sumaren 1860 (Reisherinneringen uit de zomer van 1860), en wel in het hoofdstuk "Malene fraa Folldalen" (ongeveer verplichte lectuur op de Noorse scholen). Vinje beschrijft in het boek zijn voetreis vanChristiania (Oslo) naar Trondheim ter gelegenheid van de kroning van deZweedse koning Karl IV tot koning van Noorwegen. Malene, een bejaarde maar kwieke plattelandse, die het enthousiasme van de reizigers voor het mooie berglandschap totaal niet kan inzien, is hier ook afgebeeld. Ook de erepoort waardoor de koning (immers ook onderweg naar Trondheim) het erf opreed, is afgebeeld. Het gedicht Ved Rundarne komt al in een eerder hoofdstuk voor; op de plek waar Vinje toen ongeveer moet zijn geweest, staat ook een gedenksteen met de beroemde beginregel. Ferdaminni geldt in Noorwegen als een klassieker. Het geeft geen reisimpressies van een buitenstaander maar is meer een vergelijkende sociologische studie; het beschrijft op een uiterst levendige, vaak geestige manier het Noorwegen van toen, van binnenuit. Het doel van de reis lijkt maar een voorwendsel. (Foto Willem Ouwerkerk)
 

12 May 2006
By on 14:59
HENRIK WERGELAND :: LINKS

 

bi(bli)ografische links:
> Wergeland in Wikipedia (in het Engels)
> Wergeland volgens Pegasos (in het Engels) Pegasos is een inititatief van Kuusankoski City Library (Finland) en geeft zeer informatieve artikelen over Scandinavische schrijvers
> Wergeland in Wikipedia (in het Noors; bokmål)
> Wergeland in Wikipedia (in het Noors; nynorsk)
> Wergeland in Wikipedia (in het Duits; zeer summier)

diverse links:
> Wergeland in neonlicht Wergeland op muziek. Met luisterfragmenten. (Site in het Engels, muziek op Noorse teksten.)

 

 


borstb
eeld wergeland op grafmonument
vår frelsers gravlund, oslo
foto willem ouwerkerk
   

27 April 2006
By on 14:29
HENRIK WERGELAND

HET DOODSHOOFD
(Sujet voor verzenmakers. Vår Frelsers gravlund, zomer 1841)


"Nu hebben jullie wel genoeg gerust, zou ik zo denken," zegt de doodgraver, doodskoppen en doodsbeenderen omhoogwerpend. "Moge de genade net zo op jullie zielen lichten als de zon nu op jullie gebeente schijnt!"

*

Wat een fraaigevormde doodskop rolde daar weg in het gebladerte! Aan een jonge schoonheid moet die hebben toebehoord. Die liefdevolle struik lokte hem naar zich toe met een geluid als van vele zuchten, als om ‘m opnieuw te begraven, te onttrekken aan de blikken van de mensen en de honden.

*

De honden wenden in bevreesde afschuw hun ogen af; maar een mens geeft het doodshoofd eens een schop en port met z’n stok de aarde uit de oogkassen. Op zijn knieën zou hij wel willen liggen, ware hun oude glans er maar in weergekeerd.

*

Welk een schoonheid moet de zuivere verhoudingen van deze hoeken hebben overtrokken! In deze nobel gewelfde hersenpan moeten zich gedachten hebben bewogen als parels, die zich ordenen en rijen tot steeds wisselende, veranderlijke sieraden. De melk van een mild gemoed lijkt nog te vloeien over deze tanden, die als een voltallige schat in de aarde te glanzen liggen.

*

Hoe armzalig, te bezingen het rozig fluweel van zijn geliefde, het transparante leliebladig weefsel van haar borst, de frisse rode anjer vol honing van haar mond, de vervoeringvolle werveling van haar lachkuiltje, de zwarte of blauwe diamanten van haar ogen! Dit alles vormt slechts de sluiers van de schoonheid, die worden afgerukt na de bruiloft, maar het skelet vormt de zuilen en de prachtige bogen van haar tempel, na eeuwen nog glanzend als albast of bleekgele jaspis.

*

Ga tot het wezen der dingen! Voel de verrukking, stervelingen, van het omhelzen van deze wervelkolom! Ranker is ze dan de slankheid van een jonge maagd. Bedek met duizend brandende kussen die fijn gedraaide knoken, versteende lelieknoppen gelijk, waardig de kralen te zijn in de rozenkrans van een biddende engel! Bezing het elpenbenen diadeem van de slapen, de voorhoofdswelving als de schaal van een holle ster, de onvergankelijke kleinodiën der tanden, de tweelingharpen van de ribben, de heupbladen, volmaakter nog van harmonie dan van uitgeslagen vlindervleugels, de lieftallige driestheid van de oprijzende gestalte, dat hele staketsel van louter schoonheidslijnen van het skelet, dat de eeuwigheid van marmer heeft aangenomen!


borstbeeld henrik wergeland
detail van het grafmonument op vår frelsers gravlund in oslo
foto willem ouwerkerk

Wergeland streed voor opheffing van de paragraaf in de grondwet die joden de toegang tot Noorwegen ontzegde. Die bepaling werd weliswaar pas 6 jaar na zijn dood geschrapt, maar dat was toch voor een aanzienlijk deel te danken aan de inzet van Wergeland. Deense en Zweedse joden richtten dan ook uit dankbaarheid in 1849 een grafmonument voor Wergeland op (zie foto onder). Noorse joden leggen tot op de dag van vandaag op de Noorse nationale feestdag, 17 mei, een krans bij het graf op Vår Frelsers gravlund in Oslo. (Deze begraafplaats was oorspronkelijk gelegen rond de domkerk Vår Frelsers Kirke en is later verplaatst naar Ullevålsveien. Er liggen veel bekende Noren begraven, onder wie Henrik Ibsen en Edvard Munch.)


grafmonument op vår frelsers gravlund in oslo
foto willem ouwerkerk
 

21 April 2006
By on 08:35
HENRIK WERGELAND

HET MEISJE OP DE SNIJKAMER

– — Jawel, het is ‘r! Hier! Licht bij!
En laat je mes nog niet in ‘t hart
van dit arm schepsel glijden!
O, gruwelijke ironie,
waarmee de lamp nu neerblikt
op dit jonggestorven lijden.

Keek niet de wereld onverschilligerop neer,
toen ze nog leefde?
Brutale ogen trokken vroeg
de sluier stuk van dromen,
die het arme meisje droeg;
haar dromen van geluk.

Zoals een bloem in ‘t ijs gevroren ligt
herken ‘k een trek in dit gezicht,
ik moet het wel bekennen.
Mijn vreugde in de tijd van ‘t kinderspel
was immers zij, tot ‘k haar ontgroeide
– hoe zou ‘k haar niet herkennen

Ze woonde aan de overkant,
aan armoede ontsproten als aan zijn mos
op ‘t dak ‘t driekleurige viooltje.
De welgestelden viel het zwaar te vatten dat
een schepseltje zo schoon, zo rein
toch armoedzaaierswortels had.

Heel wat van die gezichtjes heb ‘k al zien verleppen,
zoals de pracht van ‘n doorbloeiende roos vergaat,
zoals het stuifmeel in de lucht verwaait!
Het leven nam ze flink te grazen,
de zonde is er overheen gegaan,
ze tekenend, zoals een slak zijn slijmspoor achterlaat.

 

8 April 2006
By on 23:28
SIGBJØRN OBSTFELDER

 
SIGARETTEN!

Sigaretten!
Dromen zich tot dromen vlechten,
hoop gaat op in rook,
beloften doet men – loos.

Sigaretten!
Fijne, ijle, lichte nachten!
‘t Als pijl afgeschoten woord:
in een glimlach gesmoord.

Sigaretten!
Achteloos gedeponeerd op taboeretten!
Je mantelpakje valt zo zacht en goed,
je knie die wiegt zo zoet.

Sigaretten!
Donkerrode kabinetten!
‘s Levens zware odeur,
‘s levens ijle geur.

Sigaretten!
Heimelijke weemoed weet die geur te wekken,
hult hem in een zilverbleke vlaag,
en hij vervaagt.

> over Sigbjørn Obstfelder (Duitse Wikipedia)
> over Sigbjørn Obstfelder (Encyclopædia Britannica)


22 February 2006
By on 22:39
SIGBJØRN OBSTFELDER

 
FRAGMENTEN 1890-92

90. Ik zoek maar wat gedachten
bij mekaar,
ik trommel maar wat
zomer in de stad,
zomer in de stad,
zomer in uw levenslot.

92. Ik ben zo vreselijk blij
over wat u zei,
over wat u zei,
achter de bessenstruiken.
 

 

21 February 2006
By on 20:59